Ik herinner me een moment dat ik in de bioscoop zat met een date, jaren geleden. De Russische arthouse film was halverwege en ineens voelde ik een ongelofelijke drang om mijn hoofd op zijn schouder te leggen. Het was een bijna ondraaglijke neiging. (Daarom heb ik ‘m waarschijnlijk ook onthouden.)

Mijn hoofd voelde zo ontzettend zwaar. En het leek me zooo fijn. Maar ik durfde niet. En dus hield ik uit alle macht m’n hoofd stijf op m’n romp, met als gevolg dat ik de toch al onbegrijpelijke film totaal niet meer volgde en enkel nog bezig was mijn nekkramp en zware hoofd onder controle te houden. Minuten lang. Tot het moment dat ik uitgeput toegaf aan de zwaartekracht. En baf, daar lag ie.

Een soortgelijke ervaring had ik tijdens Kerstmis dit jaar. Ik wandelde met m’n familie over een dijk. En ineens voelde ik de neiging om m’n vaders hand te pakken. Maar ik was toch geen kleuter? Zoiets deed ik anders nooit. En wat zou de rest van mijn familie wel niet denken? Allerlei scenario’s schoten door m’n hoofd.

Ik besloot alles los te laten en gewoon de impuls te volgen als ie zich weer zou aandienen. En zonder na te denken, zonder moeite, zonder dat ik het zelf ook maar enigszins kon of wilde sturen, ging m’n hand als vanzelf richting de zijne. En ja, ik werd er een beetje emotioneel van. Maar het voelde goed. Het was liefde die wilde stromen, en dat deed het. 

Hoe vaak hebben we als mens niet van dergelijke impulsen, die we onderdrukken? Al lijkt de impuls nog zo nietig en onbelangrijk. Of het nou een emotie of een handeling is. Waarom?

En wat als we eens wat vaker zouden toegeven aan dergelijke impulsen? Die o zo natuurlijke neigingen om liefde te laten stromen. Om die ene hand te pakken, een complimentje te geven aan een vreemde op straat, om te huilen, te schreeuwen, te zingen, te dansen, te vertellen dat je van iemand houdt.. Met de stroom mee, in plaats van er tegenin gaan. Wat zou er dan gebeuren? 

Wat als… je jezelf eens wat vaker…zou laten gaan.